Model D

 


Model D toonwiel, Juni 1939 - Nov 1942, 17.074 ex.

http://www.youtube.com/watch?v=cq6QJ5c7hMk

(Bovenstaand model is een D 152)

Het model D is eigenlijk vergelijkbaar met de RT serie, die echter geen ingebouwde versterker en luidsprekers had, vergelijkbaar met de C 3.

De eerste modellen uit de D serie waren met twee toon-generatoren uitgevoerd, in plaats van één (zie rechts naast lessenaar extra drawbar voor chorus). Het orgel werd geleverd van 1939 tot 1942 voor een prijs van $ 1342,-. Op speciale bestelling, kon dit orgel ook in eiken besteld worden.

 

 

 

 

Er kwam ook een model DV: deze was gelijk aan de echter met gescheiden Vibrato en Chorus. 

Hier een leuk filmpje, welke de ins en outs van de DV laat zien.

 

 

Model D-100 series

Notitie vooraf:
Bij de A-100 en de B/C serie bestond het basis verschil hierin dat alle modellen uit die vergelijkbare periode, de A, B, C, D, Concert E en RT serie 100% vergelijkbare instrumenten waren, opgebouwd met bijna dezelfde techniek, echter in verschillende houtsoorten en meubel uitvoeringen.
De D, Concert E en RT serie hadden geen 25 tonig vlak radiaal pedaal zoals bij de A, B en C het geval was, maar in plaats daarvan een 32 tonig radiaal concaaf AGO specificatie pedaal, met eigen (electronische) pedaal registers van 32-1' Solo Pedal Unit).

De andere verschillen tussen deze serie orgels bestonden hierin dat de A en de D serie, respectievelijk de A-100 en D-100 ingebouwde eindversterkers, ingebouwde luidsprekers en een nagalm eenheid met eigen speakers hadden. Voor de rest is er geen enkel verschil, behoudens de meubel stijl en de houtsoort.

De toonwielgeneratoren, de versterkers en de klavieren etc. zijn in deze model serie, dus bij de A, B, C, D, Concert E en RT in veel gevallen 100% en één op één uitwisselbaar. (Vanzelfsprekend latere modificaties buiten beschouwing gelaten, want die werden bij alle soortgelijke modellen als hier beschreven gelijktijdig doorgevoerd.)
In de productiehal werd een willekeurige serie onderdelen verzameld. Zodra e.e.a. in een orgelmeubel was gemonteerd, kon vastgesteld worden werk type orgel was ontstaan.
De productie methode was namelijk zoals hieronder beschreven en die heb ik in de fabriek meerdere malen met eigen ogen (AvdB) kunnen vaststellen:
De lege meubels, de toonwielgeneratoren, klavier assemblies en andere zg. sub assemblies kwamen van elders en werden eerst tezamen gebracht bij de assemblage lijn.

Er kwamen verrijdbare metalen rekken met grote aantallen toonwielgeneratoren naar de productie afdeling. Zo kwamen er ook soortgelijke rekken met de complete manual assemblies inclusief de drawbar assembly al voorgemonteerd op de klavieren.
De meubel fabriek stond elders in Chicago, naar ik meen in Holland Park, en van daar uit werden de orgels in hun transportdoos met eigen vrachtwagens van de ene plant (zo wordt een fabriek in het engels genoemd) naar de assemblage plant vervoerd.
Naast een soort rollenbaan werd de transportdoos van de het lege meubel gehaald, waarna die doos voor later - als het orgel gebouwd, getest en vrijgegeven was voor afleveren - werd bewaard. In de tussentijd werd die doos naast de productie lijn in tijdelijke opslag gezet. Vervolgens bleef de nog lege kast in de onderkant van de transportdoos staan en werd het geheel van onderkant doos en de kast op de rollenbaan van de productie lijn gezet. Daar waar nodig werd het geheel hydraulisch omhooggebracht, zodat men tijdens de productie niet gedurig hoefde te bukken.
 

Ook was de D-100 serie in speciale uitvoeringen te krijgen. Er was een D-100, in Tudor-walnut uitvoering, in Engeland gebouwd tussen 1963 en 1969. Dit model week iets af van het USA-model. De zijkanten waren glad en er waren nog wat andere verschillen, dezelfde als de Engelse C-3 en BC's. Op speciale bestelling was er ook een D-100 in Ebony (ivoorkleurig). Deze heette waarschijnlijk D-110.
Dan krijgen we een D-152, Tudor, Walnut,j uli 1963-Sept 1969, USA met:
32 pedalen, een vijftig watt versterker en speakers aan boord, pedaalsolo-registers op rechter onder keyblock als bij de RT modellen en twee draaischakelaars om de reverb van de PR-20/40 cabinetten aan te sturen.
Dat zelfde orgel, maar dan in Eiken heette D-155.
In Engeland werd ook weer een noten D-152 gebouwd, maar, net als de Engelse D-100 en de RT-3, weer soberder van kast.
Maar ook in Denemarken en Duitsland werden er D100's en D-152-ers gebouwd in noten. Deze kregen twee extra pedaalstemmen mee: een Mixture 1-3/5' en een 1-1/3', ook weer net als de RT-3

Verder een kort overzicht:
A. Ingebouwde eindversterker, luidsprekers en nagalm, 25-tonig pedaal, dicht meubel
B. Idem maar alleen voorversterker en geen eindversterker, luidsprekers en nagalm. Bouwwijze in een open meubel.
C. Als B maar met dicht meubel.
D. Als A maar met 32-tonig pedaal.
RT. Als C maar met 32-tonig pedaal.

De Blue-Book info:
D-100 gebouwd van 1963/1969
61 Key Manuals
32 note Pedal board AGO Style
Solo Pedal Unit
Split Vibrato
Vibrato Chorus
Stereo Reverb
Tonewheel Generator
Touch Percussion
4 Sets of Drawbars
18 Changeable Presets
Includes D-152 and D-155 models



Model D-152, toonwiel.

Gelijk aan RT-3, maar met versterkers en luidsprekers en ingebouwde stereo reverb. Zogenaamde self contained uitvoering met 32-tonig Radiaal Concaaf AGO pedaal.
Juli 1963-Sept 1969

 
Kenmerken: Als basis de RT-3, echter met ingebouwde versterker/speaker unit en reverb. In principe is voor de weergave een complete PR40 ingebouwd.
Technische gegevens Amp/Output: 50 Watt, 3 versterkers, 2-12" en 2-15" luidsprekers.

Zie de ook gezamenlijke folder van zowel de D als de RT serie.


Afmetingen: Identiek aan de RT

Advertentie 1963


 

boven en onder:D-152 (noten)

 

 

D-155 (light oak).

 

 

Presettoetsen.
 

 

Vibrato schakelaars linksboven het klavier.

 

 

Percussion schakelaars rechtsboven de klavieren
 

 

Reverb regelaars rechtsonder het onderklavier.


 

De Bedieningsknoppen van de Solo Pedal Unit:

 

 

Volumeknop voor Solo Pedal Unit.



Op het rechteronder bakstuk vindt je de bedieningsknoppen van de extra pedaal registers, die gebaseerd waren op de Hammond Solovox. Het betrof hier extra voetmaten van 32' tot 1', welke electronisch opgewekt werden, onafhankelijk van de toonwiel generator. De bijnaam van de D-serie was "Pedal-Racer"

De D-serie bestaat uit twee modellen, die zich uitsluitend onderscheiden in de houtsoort van het meubel: D-152 in Noten, destijds voor $ 3725,- en de D-155 in Eiken voor $ 3838,- 

Hieronder tot slot Cor Steyn achter een Pedal Racer: