LOU BENNETT (1926-1997)

Tekst: Erik Carrette
Artikel uit Jazzflits 450

Op 21 juni 1960 arriveerde in de haven van Le Havre een bijzondere man met een bijzonder instrument: de Amerikaan Lou Bennett met zijn Hammondorgel. De douaniers keken hun ogen uit en wisten niet hoe dit apparaat te documenteren en in te klaren. Ter plekke aangekomen ontstond enige paniek, want er was dringend een spanningsomvormer nodig van het Amerikaanse 110-120 Volt op 60 Hz naar het Europese 230 V op 50 Hz. Uiteindelijk kon Bennett tijdig beginnen aan zijn optreden in de Blue Note in Parijs.

Het Hammondorgel werd populair in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Het kwam op de markt in 1934 en werd verfijnd met het B-3 model in 1954.
Wild Bill Davis was ‘the godfather of the jazz organ’. Hij inspireerde in de jaren veertig heel wat leerlingen. Onder anderen Milt Buckner (1915-1977), Bill Doggett (1916-1996) en Jackie Davis (1920- 1999). Jimmy Smith (8 december 1928 – 2005, noteer de enig juiste geboortedatum) wordt gezien als de pionier op het instrument. Het was platenlabel Blue Note dat bijdroeg aan de doorbraak van Smith met zijn opnamen uit 1956: ‘A New Sound, A New Star’ en ‘The Incredible Jimmy Smith At Club Baby Grand’ (Wilmington, Delaware). Telkens in trio met gitarist Thornel Schwartz (1927-1977).
Hier volgt een selectief lijstje met Amerikaanse jazzorgelisten: Fats Waller (1904-1943), Wild Bill Davis (1918- 1995), Jack McDuff (1926-2001), Sarah McLawler (1926-2017), Doc Bagby (1929-1970), Richard Groove Holmes (1931-1991), Trudy Pitts (1932-2010), Baby Face Willette (1933-1971), Johnny ‘Hammond’ Smith (1933-1997), Shirley Scott (1934-2002), Reuben Wilson (1935-2023), Big John Patton (1935- 2002), Jimmy McGriff (1936-2008), Don Patterson (1936-1988), Rhoda Scott (°1938, ze woont sinds 1968 in Frankrijk), Charles Earland (1941-1999), Dr. Lonnie Smith (1942-2021), Larry Goldings (°1968), Joey DeFrancesco (1971- 2022), Delvon Lamarr (°1978) en Cory Henry (°1987). Wie van wie leerde is moeilijk te achterhalen 1.


LOU BENNETT

Lou Bennett werd op 18 mei 1926 als Jean-Louis Benoit geboren in Philadelphia, Pennsylvania. Zijn vader kwam uit Martinique, een Frans overzees departement. Hij liet zijn gezin vroeg in de steek. Jean-Louis groeide op bij zijn grootvader, dominee in een Baptistenkerk in Maryland. Bij zijn grootmoeder leerde het kind piano en harmonium om in de kerk gospel te begeleiden. Hij kon dit al op zijn twaalfde. Om het beroep van schoenmaker aan te leren werkte hij bij het schoenmakersbedrijf Dan Bros. Shoe Repairing Company, 1032 S. Charles St., Baltimore, Maryland. Op zijn achttiende wordt hij - op 24 mei 1944 - opgeroepen voor militaire dienst. Hij woonde toen bij zijn moeder Gladys Benoit, 1900 Lauretta Avenue, Baltimore 23, Maryland.
Bennett speelt tuba in de militaire brassband. Na zijn legerdienst vormt hij een trio à la Nat King Cole. In 1947 is Bennett overdag schoenmaker en ’s nachts boppianist.

Zanger Frank Minion (°1929) vertelt dat hij in 1948 bij Lou Bennett kwam. Bennett maakte zijn eerste opnamen in 1953 tot 1957 in New York. Billboard van 3 juli 1954 schrijft over opnamen van Minion en Bennett voor Apollo Records op 78-toerenplaten: Bennett op piano en orgel, met gitarist Glenn Brooks en drummer Phil Harris.
Bennett blijft tot 1956 in Baltimore en verhuist naar New York om beroepsmuzikant te worden. Met hulp van boekingsagenten vindt hij werk in Minton’s, Small’s Paradise. Hij toert van 1957 tot 1959 met een orgeltrio. In 1958 werkten bebopzanger Babs Gonzales (1919-1980) en Bennett samen in Baltimore.

In 1959 nodigt Daniel Filipacchi (van het radiostation Europe 1) Bennett uit om naar Parijs te komen. De radiomaker propageerde de jazz bij het Franse publiek, samen met pianist Eddie Barclay (1921-2005), die in 1949 het platenlabel Blue Star oprichtte. Ook jazzgitarist Sacha Distel (1933-2004) had er zijn aandeel in.


De jaren zestig

Zo komt Lou in 1960 in Parijs in club Blue Note in de Rue d’Artois te spelen 2. Hij werkt veel met Raymond Court (trompet) en Pierre Favre (drums). Bennett vervangt ook acht weken pianist Bud Powell (1924-1966), die op reis was vertrokken. Het werden drie succesvolle maanden verlengd met enkele jaren dankzij de winnende combinatie met de huisgitarist Jimmy Gourley en ‘huisdrummer’ Kenny Clarke.
In juli-augustus 1960 nam Bennett het album ‘Amen’ op, zijn eerste plaat als leider. Met daarop ‘Brother Daniel’. Het werd de herkenningsmelodie van het radioprogramma ‘Salut les Copains’ op Europe 1. Op 22 november 1960 kreeg Bennett voor de plaat de ‘Prix Francis Carco de l’Académie du Disque’.
In september 1960 speelt Bennett met drummer Franco Manzecchi (1931-1979) - en dikwijls met trompettist Sonny Grey - in Le Chat Qui Pêche, Rue de la Huchette, Quartier Latin, Parijs.

In de zomer van 1960 wordt ‘Dansez Et Rêvez’ opgenomen, zijn tweede plaat als leider: Lou Bennett met de Hongaarse gitarist Elek Bacsik (1926-1993) en drummer Daniel Humair (°1938). Rond 7 oktober 1960 zijn Lou Bennett, Gourley en Clarke in de Storyville in Keulen. Twee in de Duitse stad opgenomen nummers verschijnen op de ep ‘Hot Hammond’, Columbia C41334. (Jazzdiscograaf Tom Lord noemt foutief als bassist Jean-Marie Ingrand).
Jean-Christophe Averty mocht elke donderdag vanaf oktober 1960 een kwartier jazz uitzenden voor ‘Tele-Music’. Lou Bennett kreeg in die reeks minstens zeven televisiesessies met Raymond Court, Pierre Favre en Franco Manzecchi, enkele daarvan zijn op video te bekijken.

In januari 1961 verlaat Bennett club Blue Note en toert een maand in Duitsland. Teruggekomen vertolken Lou Bennett, Elek Bacsik en Franco Manzecchi ‘Brother Daniel’ op 31 maart voor Discorama met een televisie-opname door de ORTF (Office de Radiodiffusion-Télévision Française’).
Bekijk deze opname hier: https://www.youtube.com/watch?v=6XNTLHgSdKs

Op dinsdag 18 april 1961 stonden in de Olympia in Parijs twee formaties op de affiche: het Thelonious Monk Quartet met Charlie Rouse, bassist John Ore en drummer Frankie Dunlop en het Lou Bennett Trio met Gourley en Clarke en als gastsaxofonist Barney Wilen.
Op 29 april 1961 zijn Bennett, Gourley, Clarke in de Blue Note begeleiders van trombonist J.J. Johnson (1924-2001). Op video ‘Modern Jazz at the Blue Note’.
Op 1 juli 1961 speelt tenorsaxofonist Brew Moore 3 in de Blue Note met Bennett, Gourley en Clarke. ‘Zonky’, ‘Satin doll’ en ‘Broadway’ staan op ‘Live In Europe 1961’. Te zien op video ‘Modern Jazz At the Blue Note’. Deze plaat bevat ook vier nummers uit Stockholm, echter zonder Bennett.
Van 9 juli tot 20 augustus 1961 organiseerde de ‘Hot Club de Belgique’ vijf zondagen na elkaar concerten in het Kursaal te Oostende. Ook Lou Bennett nam eraan deel. Op zondag 30 juli 1961 verhoogt tijdens het Comblain-laTour Festival het trio Lou Bennett, met Gourley en Clarke, het jazzpeil. ‘Het meeste applaus is besteed voor de soul van Bennett’, schrijft Mon Devoghelaere in zijn ‘Jazzlogboek’ (zie ook pagina 5 van deze Jazzflits).
Op 19 september 1961 neemt Jack Sels zijn enige studio-album op in de Brusselse Decca Studio: ‘The Sexy Sax Of Sels & Swinging Friends’. Het Jack Sels/Oliver Jackson Quartet heeft gitarist Philip Catherine (°1942) uitgenodigd en op orgel ‘Goliath’ alias Lou Bennett. De opnamen zijn ook uitgebracht als ‘Sax Appeal’ (Relax 30004). Origineel als ‘Jack Sel(l)s Jazz’ op Delahay.
In oktober 1961 is Bennett nog eens in Parijs, Philip Catherine is mee in de studio voor de herkenningsmelodie van het populaire ‘Salut les Copains’. Op de single worden de meisjes begroet met een ‘Salut les copines’ (RCA 45-185).
Ook in 1961 speelt Bennett ‘Un Portrait De Ray Charles’. ‘Hit the road Jack’ en ‘What’d I say’ ontbreken niet op de plaat (RCA 76.534).

Over zijn populariteit in Frankrijk heeft Bennett inmiddels niks te klagen. Jazz Magazine (november 1961) publiceerde een ‘poll’ met Europe 1. Bij de orgelisten: Lou Bennett (31.463 stemmen), Jimmy Smith (25.342) en Wild Bill Davis (4.240). Chauvinisme is de Fransen niet vreemd…

Op 26 februari 1962 speelt het Lou Bennett Trio in Brussel een concert voor de Europese Radio Unie, programma ‘Jazz Partout’, organisatie RTBF (Radio-Télévision Belge).
Op maandag 26 maart 1962 bracht Bennetts faam hem naar het Cultureel Centrum in Ukkel. Hij trad op met Philip Catherine en drummer Vivi Mardens (°26 mei 1939) 4. De affiche werd gedeeld met het sextet van saxofonist Alex Scorier (1931-2021).
In april 1962 wordt aan de Rue d’Artois gefilmd voor ‘Jazz at the Blue Note’, 55 minuten, met Herb Geller (altsax), Lou Bennett, Jimmy Gourley, Simone Chevalier (Ginibre) (zang) en Kenny Clarke 5.
Bekijk een fragment met Bennett: https://tinyurl.com/bdeyt9ru

In die Blue Note maakt Bennett kennis met een zekere Sonia. Ze trouwen in 1962 en Bennett beslist in Europa te blijven. Op de dag van hun huwelijk komt de baas van de Jamboree Jazz Cave in Barcelona hem een contract aanbieden. Tijdens de zomermaanden trad Bennett veel op in Spanje, met René Thomas, Philip Catherine, André Condouant, Kenny Clarke, Billy Brooks. Zo ook in de Whisky Jazz in Madrid, in Almeria, Barcelona, La Coruna en Segovia. Bij zijn terugkeer van Spaanse optredens vond hij altijd werk in de Blue Note tot die in 1968 gesloten werd.

Er bestaat een korte film ‘Lou Bennett trio at the Atomium’ van 8 mei 1962, voor RTB TV Schaarbeek - Jazz Pour Tous, met Lou Bennett, Philip Catherine en Vivi Mardens. Ze vertolken ‘Something by John’ en ‘April in Paris’.

Op 5 augustus 1962 is het Lou Bennett trio geboekt tijdens Comblain-la-Tour Festival. Mon Devoghelaere schrijft: “Ondanks een slechte weergave van de Hammondsolo’s was het optreden van Bennett een enorm succes, niet in het minst door de inbreng van de jonge gitarist Philip Catherine en de getrouwe Clarke-imitatie Vivi Mardens. Het trio speelt glansrijk ‘Jubilation’, ‘Far out east’, ‘Willow weep for me’, Wonderful wonderful’ en ‘Something back home’. Mon Devoghelaere refereert aan een kort filmpje van Comblain 1962 met Lou Bennett, Sadi, Yusef Lateef en de Adderley’s.
Op 15 en 16 december 1962 is Lou Bennett twee dagen in Salle Wagram, Parijs.

Beluister hier het Lou Bennett Quartet in ‘Sister Sadie’: https://www.youtube.com/watch?v=pWGWDNFdCyE

Op 3 januari 1963 is Bennett in Koblenz voor de opnamen van ‘Americans In Europe, Vol. 1’. In de VS kwam hij als ‘American’ overigens niet veel meer. Hij keerde er zelden terug. Op 23 maart en 20 april 1963 staat Bennett andermaal in de studio. Deze keer voor de opname in twee sessies van ‘René Thomas Et Son Orchestre’, ook uitgebracht bekend als ‘Meeting Mister Thomas’ (Barclay 84091, Fresh Sound 554). Eind mei vinden we hem terug in Italië, waar hij op 30 en 31 mei 1963 aanwezig is op een jazzfestival in het Sportpaleis van Bologna. Een aantal maanden later, eind 1963 speelt Bennett mee op ‘Echoes & Rhythms Of My Church’, ook uitgebracht als ‘Ecos Y Ritmos de Mi Iglesia’ en ‘Echoes Of Harlem’, met René Thomas en Memphis Slim (Bel Air M 30-504) (zie afbeelding).

Op 11 april 1964 wordt er in de Aula van het Gymnasium in het Duitse Singen gejamd met Klaus Doldinger (tenorsax), Ingfried Hoffman (orgel), Lou Bennett, René Thomas, Peter Trunk (bas) en Kenny Clarke. Er bestaat een ‘Sonnymoon for two’ hiervan uit een SWF-radio-uitzending.
Op vrijdag 3 juli 1964 geeft Bennett een concert tijdens het Newport Jazz Festival, waar hij optreedt in het onderdeel ‘New Faces in Jazz’. Zijn begeleider was drummer Jo Jones. Het optreden kreeg lovende kritiek in de New York Herald Tribune.
Op 6 november 1964 is Bennett met René Thomas en Kenny Clarke in de Parijse Salle Gaveau, het concert werd opgenomen door de ORTF met producer André Francis.

In 1964 verschijnt het album ‘Mélodies Sur l’Oreiller’ (‘Mélodies Pour Rêver) van Pierre Spiers et ses Solistes. Op vier van de acht nummers is de bezetting Lou Bennett, orgel; Pierre Spiers, piano en Kenny Clarke, drums (Bel Air 411.045). Wanneer deze stukken precies zijn opgenomen is onduidelijk. Het zal begin jaren zestig zijn geweest. De plaat bevat louter popmuziek. Het zijn allemaal dansbare ‘slows’.

Zanger-pianist Nat King Cole overleed op 15 februari 1965. Een ‘In Memoriam’- concert werd gehouden op 19 februari 1965 in de Blue Note met Lou Bennett, Joe Turner, Nancy Holloway, Hazel Scott, Jimmy Gourley en Kenny Clarke.
Op 2 augustus 1965 schreef Bennett vanuit Barcelona een brief naar Jazz Magazine waarin enige afgunst bleek ten opzichte van Jimmy Smith.
Op 17 september 1965: Bennett in Teatro Kursaal, Lugano, Zwitserland.

In januari en maart 1966 wordt ‘Pentacostal Feeling’ opgenomen door Lou Bennett met René Thomas en Kenny Clarke. Op sommige nummers zijn trompettist Donald Byrd met de Paris Jazz All Stars toegevoegd. Byrd studeerde toen in Parijs compositie bij Nadia Boulanger (Quincy Jones was hem in 1957 voor gegaan). (‘Pentacostal Feeling’ is uitgebracht als deel 62 in ‘Jazz in Paris’ – Universal 548 790).
In (13-14-15) augustus 1966 zijn Bennett, René Thomas en Kenny Clarke geboekt tijdens ‘Jazz en Ré’, het jazzfestival op Ile de Ré. Omdat zijn orgel kapot was speelde Bennett piano, iets wat hij in jaren niet had gedaan.

Van 5 tot 9 oktober 1966 vond in de Lucerna Hall in Praag het derde Internationaal Jazzfestival plaats. Rex Stewart schreef in Down Beat van 12 januari 1967 een verslag, maar het concert van Bennett met Philip Catherine en Franco Manzecchi op 5 (8 ?) oktober bespreekt hij niet. Vier nummers van dit ‘Ozveny Jazzohevo Festivalu 1966’ staan op Supraphon 35673.
Op 15 oktober is het Bennett Trio in de Congress Hall in Warschau voor de negende Poolse Jazz Jamboree.

In 1967 speelt het Lou Bennett Trio met gitarist André Condouant en drummer Joe Nay in ‘Le Chat qui Pêche’ (Parijs) 6. Op drie nummers speelt Johnny Griffin (1928-2008) mee. De opnamen zijn onder Griffs naam als een bootleg uitgebracht met de titel ‘Body And Soul’ (Moon 004). Aan het eind van het jaar is Bennett van de partij tijdens het ‘Palmarès des Chansons’. Hij begeleidt daar op 14 december de Amerikaanse bluesgitarist John Littlejohn en het Golden Gate Quartet met Marion Williams. In februari 1968 is Lou Bennett in Jazzhouse Montmartre in Kopenhagen te vinden. Saxofonist Coleman Hawkins en gitarist Paul Weeden sluiten zich bij hem aan voor enkele nummers (Tempo di Jazz 707). In Spanje wordt op 23 augustus 1968 de soundtrack voor de film ‘La Vil Seduccion’ opgenomen met Lou Bennett, André Condouant en de Duitse drummer Peer Wyboris (1937-2008).

Vanaf maart 1969 doet René Thomas minder of geen beroep meer op Lou Bennett, hij gebruikt de diensten van zijn collega Eddy Louiss. Lou Bennett had niet altijd Kenny Clarke als drummer. Hij deed in de jaren 1970 tot 1975 eveneens een beroep op Al Jones, in de jaren 1978 tot 1979 op Al Levitt (1932-1994), in de jaren 1979 tot 1980 op Peer Wyboris. In 1970 toerde Bennett in Gambia en Senegal, met free-jazzdrummer Jerome Cooper (1946-2015).


De jaren zeventig

Begin jaren zeventig verhuist Bennett naar Spanje. Omdat hij gesleur met zijn 120 kg Hammond B3 zat is, opent hij in 1975 een club aan de Costa Dorada. Hij betrekt er een huis met voldoende ruimte voor zijn elektronische experimenten.
In 1978 is hij klaar met zijn ‘Bennett Machine’, een orgel dat voldoet aan zijn elektronica wensen en mogelijkheden heeft tot effecten door het voetenwerk op de pedalen. Want, vindt hij, een orgelspeler die de bas niet met zijn voeten bespeelt is geen ‘organist’, maar gewoon een ‘organ-player’. Bennett: ‘Having taken away the lower keyboard of my Hammond, I fixed the thing up to multiply the voices: piano, vibraphones, brasses, strings, … and put together a sort of orchestra.’

Lou Bennett live op de Spaanse televisie in 1986: https://tinyurl.com/byrrp3mt

Op 19 januari 1971 nodigt Clemens Brendel vriend Lou Bennett uit in zijn studio in Heidelberg. ‘Lou Bennett Plays For Clem’ is het resultaat (Clem 30.001). Maakte Lou Bennett in dezelfde maand een plaat met drummer Billy Brooks en de Duitse gitarist Ira Kris (1928-2010)? Op 16 oktober 1971: Bennett in Bologna, Sportpaleis, Jazzfestival.

In het voorjaar van 1972 werd in Berlijn met saxofonist-fluitist Leo Wright en een bigband het album ‘It’s All Wright’ opgenomen. Bennett speelt maar op één nummer mee, ‘Sugar’ (BASF 20.21375).

Op 3 januari 1975 overleed René Thomas (geboren in Luik op 25 februari 1927) in het Spaanse Santander. Hij was er op tournee met Lou Bennett en drummer Al Jones.

In februari 1977 neem Lou Bennett ‘Jazz à La Huchette’ op in Le Caveau met Bennett en Dany Doriz (Jazz Time 253621). Op zaterdag 13 augustus 1977 vindt tijdens Jazz Bilzen ‘The Organ Contest’ plaats: met Lou Bennett, de Engelse Mike Carr (1937-2017) en drummer Art Taylor (1929-1995) (zie de prachtige foto in het boek ‘Jazz Bilzen’).

Lou Bennett tijdens een concert in Namur in 1984: https://tinyurl.com/ymrn26xm

Lou Bennett staat op 15 maart 1978 op de foto met gitarist Christian Escoude.


De jaren tachtig

In de jaren tachtig had Bennett een eigen kwintet, dikwijls met saxofonist Gerard Badini (1931-overleden op 25 oktober 2025). In 1981 trad het Lou Bennett Trio met Gourley en Clarke op in de ‘Grill Joss’ in Douala, Kameroen. Attractie was saxofonist Manu Dibango (1933-2020), hij was er geboren. Gourley sluit er vriendschap met de Kameroense Rolande Hugard, die tot 2008 zijn vriendin blijft. Ze schrijft de biografie ‘Jimmy Gourley: Un Américain à Paris’, 240 pagina’s, Frémeaux & Associés. In 1982 is Bennett met Vivi Mardens in de Brusselse Bierodrome van Pol Lenders (zie foto).
Op 15 februari 1983 nodigt saxofonist Eddie Lockjaw Davis voor zijn album ‘That’s All’ enkele collega’s uit: Lou Bennett, Johnny Griffin en drummer George Collier (EPM 5530). Op ‘Out of nowhere’ soleert Bennet.
Tussen 1984 en 1991 had de Spaanse RTVE een jazzshow ‘Jazz entre Amigos’. Op 27 juni 1986 was Lou Bennett uitgenodigd met Tatsuo Oki (gitaar) en drummer Al Levitt (1932-1994). In 1988 werd het album ‘50 Years of Belgian Jazz’ uitgebracht (Tauro Records 8811). Daarop onder meer ‘On stage’ van Jack Sels, Lou Bennett, Philip Catherine en Oliver Jackson (19 september 1961). Ook ‘At the darktown strutters ball’ van Toots Thielemans, Billy Desmedt, Jean Warland en Rudy Frankel (opname 3 oktober 1951).


De jaren negentig

Op 7 juli 1990 speelt het Johnny Griffin Trio met Lou Bennett en Billy Brooks in de Clamores Jazz Club in Madrid. Eveneens in de Spaanse hoofdstad trad Bennett in juni 1992 op met de Spaanse gitarist Ximo Tebar (°1963). Het album ‘Hello Mr. Bennett’ getuigt ervan. Op 9 en 10 juni 1992 werd in La Boîte in Barcelona ‘Now Hear My Meaning’ opgenomen met Bennett, Ximo Tébar, en uit Texas Abdu Salim (sax) en uit New Orleans Idris Muhammad (drums). Nog een plaat met Tebar: ‘Son Mediterraneo’ met Spaanse muzikanten, eind 1994 - begin 1995.

Van zangeres Shirley Bunnie Foy (1936- 2016) werden in 2013 enkele opnamen uit 1954 tot 2009 uitgebracht door het Map Golden Jazz Label. Op ‘Watch What Happens’, ‘Wipe Away the Evil’ en ‘Love Vibrations’ is ze bij Lou Bennett te horen. Ik vond noch plaats, noch opnamedatum. Wellicht in Spanje.

In 1994 krijgt Bennett problemen met ademhalen. Hij nam zelfs zijn zuurstofflessen mee tijdens zijn tournees. Op 10 maart 1995 trad het Lou Bennett Quintet op in België, in De Kave in Lauwe. In januari 1996 maakt zangeres Polya Jordan het album ‘French Lady Sings Gospel And Jazz’. Saxofonist Benny Waters (1902-1998) speelt op twee nummers mee, Lou Bennett op één (Auvidis 6453).
Eén van de laatste concerten van Lou Bennett vond plaats in Brussel. Helaas vond ik niet waar en wanneer. Twee personen hielpen hem op het podium. Misschien was het in een club van Pol Lenders (1917-2000).
Zijn laatste concert was op 4 januari 1997. Kort daarna werd hij opgenomen in het hospitaal van Le Chesnay, Yvelines. Op 10 februari 1997 overleed daar de man die bekend stond als ‘the Pope of the Organ’. In het bijzonder zijn pedaaltechniek stond hoog aangeschreven: met zijn linkervoet speelde hij de baspartijen.
Rhoda Scott en Stefan Patry musiceerden op zijn uitvaart. Ook Patrice Galas, Liz McComb (°1952), Hal Singer (1919- 2020), Johnny Griffin (1928-2008) en Jimmy Gourley (1926-2008) kwamen daar zijn weduwe Sonia condoleren. Bennetts grafsteen ligt op de begraafplaats naast de kerk Saint-Germain du Chesnay.

Op 11 april 2013 speelde het Mythic Trio een ‘Tribute to Lou Bennett’ in de Parijse Sunset Jazz Club. Dat waren Stéfan Patry, Christian Brun (gitaar) en Richard Portier (drums). De opnamen staan op cd (Must Record 6224). Brun (°1965) speelde tussen 1991 en 1994 veel bij Lou Bennett. Patry had Rhoda Scott als leermeester.

Minder bekend is dat Bennett filmmuziek componeerde en soms acteerde in films met zijn muziek. The Lou Bennett & Kenny Clarke Jazz Combo is te zien in de film ‘Le Glaive et la Balance’ van André Cayatte, met Anthony Perkins, in een scene gefilmd tijdens het Derde Jazz Festival Antibes Juan les Pins (tussen 18 en 24 juli 1962) (muziek op ep Pathe 45EG620). ‘Un très mauvais film’ schrijft criticus René Gilson. Ook saxofonist Sonny Criss duikt in deze film op.

Op 23 augustus 1968: ‘La Vil Seduccion’, met Lou Bennett, André Condouant, Peer Wyboris.
In 1969 figureert Bennett in ‘Ditirambo’, een film van Gonzalo Suarez.
Uit 1974: ‘Las Cosas Bien Hechas’, met Bennett als componist.
Uit 1996: ‘Nadie Como Tu’ (‘Nobody eats you’). Die film verhaalt over een Amerikaanse muzikant die naar Spanje komt. Verondersteld wordt dat deze deels het levensverhaal van Bennett vertelt. Overigens wordt wel beweerd dat er een verband is tussen de film ‘El Momento De La Verdad’ (1965) - met muziek van Piero Piccioni – en Bennett maar dat is onjuist.

Voor jazzfans die meer willen weten over het jazzorgel verwijst Frederik Goossens (docent jazz- en popgeschiedenis en methodiek aan het conservatorium van Gent) naar The International Archives for the Jazz Organ: https://www.iajo.org/iajofram.htm.
Ook noemenswaardig is de website van de Hammond Orgelclub Nederland: https://hammondclub.nl/.

Erik Carrette
De auteur dankt Alan Westby uit Rancho Cucamonga voor het verstrekken van bijzondere informatie.


VOETNOTEN LOU BENNETT

  1. Ook in Europa zijn er veel orgelisten actief. In Frankrijk Eddy Louiss (1941-2015), Patrice Galas (°1948), Richard Galliano (°1950), Stéfan Patry (°1962). In Nederland: Herbert Noord (1943-2022), Bert van den Brink (°1958), Carlo de Wijs (°1962), Arno Krijger (°1972). In België: Billy Desmedt (in 1951 opnamen met Toots Thielemans), Joël Vandroogenbroeck (1938-2019), André Brasseur (°1939 – met in 1965 zijn wereldhit ‘Early bird’), Yvan Guilini (°1946), Dirk Van der Linden (°1969), Thierry Smets (°1956), Alan Van Zeveren (°1963). (Hammondvirtuoos Gus Clark (Gustave De Clercq) (1913-1979) rekenen we niet tot het jazzgenre.) In Duitsland: Ingfried Hoffmann (°1935), Barbara Dennerlein (°1964). In Spanje: Mauri Sanchis (°1974), de Rafa Nadal op Hammond.
  2. In 1958 opende manager Ben Benjamin in Parijs de Blue Note op de plaats van jazzclub Le Ringside. Die was tot in 1957 in handen van bokser Sugar Ray Robinson (1921-1989). Jimmy Gourley werd de huisgitarist en vanaf 1 januari 1959 trad drummer Kenny Clarke er bijna dagelijks op.
  3. Brew Moore (1924-1973) overleed na een fatale valpartij in de Tivoli Gardens in Kopenhagen.
  4. Iemand die meegegroeid is met de Belgische jazz is drummer Yves ‘Vivi’ Mardens. Hij werd op 26 mei 1939 geboren in SintGillis. Begin jaren zestig trad hij op met Philip Catherine in de Brusselse Blue Note, toen met directeur bassist Benoît Quersin (1927-1992). Overdag was Mardens professor aan de U.L.B. (Université libre de Bruxelles), veel avonden concerten met Albert Nicholas, Bill Coleman, Pepper Adams, Dave Pike, Nathan Davis, Barney Wilen, Sonny Criss, Jack van Poll en Lou Bennett. En met de Belgen, René Thomas, Bobby Jaspar, Jacques Pelzer, Sadi, Herman Sandy. Op 7 augustus 1960 begeleidt Mardens zangeres Helen Merrill in Comblain-la-Tour in een ensemble van pianist Leo Souris, waarbij Jacques Pelzer en Benoît Quersin.
  5. Zangeres Simone Chevalier (1929-2018) was de vrouw van Jean-Louis Ginibre, hoofdredacteur van Jazz Magazine. Met George Wein was ze de organisator van de Grande Parade du Jazz in Nice.
  6. André Condouant (1935-2014) uit Guadeloupe kwam in 1957 naar Parijs. In zijn biografie staat genoteerd dat hij in de Olympia optrad in Josephine Bakers Revue ‘Paris Mes Amours’, april 1968. In 1988 trad hij op in de New Morning met bassist Hein van de Geyn (°1956), Jacky Terrasson (piano) en André Ceccarelli (drums).